Herman Verweij (1945)

Zomerparkgras

Als opmaat voor wat komt
-wij zorgen voor ondergrond-
staan we er goedlachs bij
en wiegen op de zomerwind.

Wolken waaien over
als we buigen
voor de eerste gast
iedere voet voelt
niet als last, eerder
als een vriend.

Als nederig en nietig
onderdeel van het geheel
worden we de eerste dag
al platgewalst.

Komen we na vier
dagen onder grote druk
er niet meer bovenop
dan blijft wat is geweest:

wij van het zomerparkgras
waren de dragers van dit feest.


Brugpieper

Het voelt als groeipijn, het schrijnt het knaagt
wakker lig je er niet van of toch een beetje
in de maagstreek woelen onrustbeestjes
alles wat zo zeker leek is opeens vervaagd.

Een rugzak, kreunend op de drager
gevuld met verre wetenschap en vragen
over waar verdorie lokaal vijf
en wat moet je met die boekenvracht
wie zit er in de klas behalve dan
Jasper en Lanisha uit groep 8.

De lange weg naar een fabriek zo groot
een trommeltje met brood
de bravoure maar thuisgelaten
langs vreemde huizen opgebroken straten
elk stoplicht springt op rood.

Je denkt dat niemand je ziet staan
in dit land waar vakdocenten wonen
de wetten van de basisschool verleden
je begint gewoon van vooraf aan.


Lessen in mechanica

Knielen op de kokosmat
-niet voor een rozenkrans-
want op het zeil erlangs
een blikken tol, haastig
van cadeaupapier ontdaan.

Verwachtingsvol
duwt hij omlaag
de schroefdraadknop.

Hoe dit verticaal bewegen de tol laat wentelen
om zijn as, hij snapt niets van mechanica.
Kijk, het tolhuis draagt een streepjesjas!

Opeens gebeurt waarop gewacht, zacht
begint het bromtolhart te spreken. Een oor
kruipt dichterbij en dan: een licht contact.

Als bij toverslag is de magie verdwenen
en staat hij met putjes in zijn knieën
te tollen op zijn benen.


Stilettohak

Was het opgewaaid zand
dat de waterpas verbrak,

of was het een gedachte
die haar aandacht trok,
waardoor de hak
ontspoorde.

Even graaiden armen in de lucht.

Lastig om te achterhalen waarom
het hersenmechaniek haar voet
hooguit een tel, zo zwemmen liet.

Kijk ze daar weer staan:
strak op haar stilettohak


Roos

Je lijkt regelrecht te zijn gevallen
uit de hemel, te vroeg en ook niet
op de aangegeven plek, de landing
verre van perfect. Maar wat van boven

komt luistert naar geen wetten.
Een slangenmensje, van alle kanten
kwam er hulp. Een geluk dat je hier
je toevlucht zocht, waar veel voorhanden.

Zachte handen, stemmen om aan vast
te klampen, een naakte huid om aan
te hechten zoals een babykangaroe
gewiegd wordt in zijn babyhuisje.

De omslag kwam op eigen kracht, zo klein
en al zo sterk. Een nieuwe dageraad
verdrijft het donker. Zacht licht schenkt
evenwicht, terwijl jij je verrekijkers richt

op dit huis, deze kamer, op de knuffel
in je bedje, op deze moeder, deze vader.
Hier mag je aarden en groeien in je naam
tot ook jij morgen in volle bloei zult staan.


Tussen twee bruggen

Natuurlijk, de aalscholver bevolkt een kribbenpaal,
zijn vleugels in gesprek met de wind.

Eksters tuigen hun favoriete kerstboom op,
pikken reepjes engelenhaar uit wolkenwit.

Luid gakkend vliegen ganzen over
als een uitgelaten schoolklas.

Op de oever aan de overzijde toveren zwartharige
runderen een wandelpad tot hindernisbaan.

Als altijd wulps en waaks en vandaag badend
in een glinsterend gewaad, de rivier.

Hier kuiert en huppelt de stad in een tijdloos decor,
geeft zich prijs van de eeuwigheid een glimp.


Een vindbare plek

Als je de stad verlaat of na een lange
treinreis net op tijd een afspraak haalt,
of als je elders hebt verbleven en de weg
naar huis aanvaardt, je kunt er niet omheen.

Ook de chauffeur niet van lijn zevenzeven
die zijn bus bekwaam de weg opdraait,
of het jonge stel, onderweg naar afscheidszoen
en uitzwaaihanden op een winderig perron.

Hier voor het station veel verse bloemen,
een foto en een lichtje, steun zoekend bij elkaar.
Erboven, als een waker, de torenklok. Traag

maken de wijzers hun ronde zonder te verzaken.
Als het kaarsvet is gestold, het tastbare verdwenen,
zal deze plek nog vindbaar zijn. Je kunt er niet omheen.


Lonely planet

Trots op zijn bevlekt roodkleurig schild
scharrelde hij wat rond tussen de rotsmassieven.

Had er schik in over de toppen te scheren
en te struinen door het struikgewas.

Ik las het aan zijn terloopse huppelpas
en aan beide achterpoten, schalks
zwaaiend in de lucht.

Alsof hij zeggen wilde:
Kijk mij nou!

Ja, ik heb je gezien. Ik telde op je rug
zeven zwarte spetters, druppend
van een kroontjespen met volle blaas

nadat je neergestreken was
op de mouw van mijn ribjas.


Dag Mo

in het stille huis verhuist het speelgoed
weer naar zolder loopt de briotrein
de remise binnen prentenboeken
schuiven tussen soortgenoten
het stoeiwater over
de badrand bijna
verdampt

toch
ben je niet
geheel verdwenen
flarden van een kinderlied
dansen rond de schemerlamp
er ligt een plasje olie waar een auto
heeft getankt uit het raam van de kamer
waar je sliep floept het staartje van een droom


Open huis

Vandaag mag u naar binnen.
Als u de trap opgaat,
wijst zich de weg vanzelf.

Pal onder het dak bevindt zich
de bovenkamer. Niet schrikken,
het ligt wat door elkaar, ik krijg het
niet meer opgeruimd. Alleen wat
van heel vroeger, van mijn moeder was,
is een keurig stapeltje.

Ik dacht,
u snapt me beter als u het
met eigen ogen ziet.

Zolang geen hapering of stilval
is een deur een deur, is er begrip,
worden bestellingen op tijd geleverd.
Als dat niet meer vanzelfsprekend is,
heeft reclameren geen zin.

Dat stond in de koopakte, toen ik
hier introk.

Trouwens, fijn dat u er was,
u met eigen ogen zag:
die voelt zich niet meer thuis.


´Wie zich zijn eigen weg baant door de wereld
hoort in het leven eens zijn eigen lied.´
A. Roland Holst

Schuilplaats in Zuid

Waar Frans Maas kantoor hield
de weg bereidde voor een vracht
de tijd bedacht hoe lang de reis
zijn nu veel kamers met een bed.

In een spiegel wordt een rug gerecht
het hoofd aarzelend geheven. Hie
is een man aan zet. Hij wil vooruit
al blijft hinderlijk als zwerfvuil

het verleden kleven. Ooit hopeloos
verdwaald vindt hij zichzelf terug
in dit gastvrije huis. Op tafel ligt
een kaart van een nog niet verkend

gebied. Hij kiest een weg, de rugzak
laat hij thuis. Tussen zijn lippen
glippen de eerste tonen van een lied.
Waar hij aankomt weet hij niet.